2020: een vooruitblik

Hoe zwaar zijn alle satellieten bij elkaar?
Al die kunstmanen die ons onze dagelijkse data verschaffen?
Is de aarde ons voor al dat kunst- en vliegwerk aan het straffen?
Is het zo zwaar dat ze aan oceanen trekken,
de aarde uit doen strekken,
en ze zo de zeespiegel globaal
al is het maar met millimeters laten stijgen?
Zo zwaar dat stromingen door hen
net een andere richting krijgen?
Hoeveel weten we nou helemaal?
Is dat ooit berekend of gemeten?

Hoeveel warmte levert alle kerstverlichting?
En hoeveel stroom kwam daarvoor uit
een lichting meer dan prehistorisch puin?
Hoe klimaatpositief is jouw betegelde tuin?
Hoeveel vissen verstik je met je goudglanzende glittermake-up,
die ooit versplintert tot biologisch onafbreekbaar microplastic?
En hoe duurzaam, hoe fossiel bezig ben ik
met paraffine theelichtjes, inclusief de aluminium cup?
Over hoeveel jaar is je kunststoffen kerstboom klimaatneutraal?
Hoeveel weten we nou helemaal?
Waarom is dit nooit berekend of gemeten?

Hoe duurzaam is een website, inclusief de servers?
Hoe afbreekbaar zijn de planken en de pakken van de surfers?
Is een appje uiteindelijk beter dan een belletje?
Zijn twee singles minder duurzaam dan één stelletje?
Is koppelen en samenwonen hét antwoord
op de klimaatcrisis en de woningschaarste?
Is ‘liefde’ als klimaatmaatregel of -akkoord
het geniaalste wat je ooit gehoord hebt of het raarste?

En hoeveel graden verschil produceren we samen
met onze inmiddels bijna acht miljard lichamen,
van binnen zo’n zevenendertig tropische graden,
en ook: van buiten zo’n zevenendertig elektrische apparaten,
die ons het jaar door in ons levensonderhoud voorzien,
maar voor het klimaat wat minder onderhoudend zijn, misschien.

We hebben al meters, liters, minuten, watt, joule, koolhydraten, (licht)jaren,
maar op eenheden om het klimaatprobleem weer
te geven zijn we teveel aan het besparen,
want hoe grijpbaar, hoe concreet, compleet en vooral hoe constructief
is nou één voetafdruk van 1,8 hectare?

We hebben behoefte aan meer meten, nieuwe maten.
We moeten duidelijk en precies over bijvoorbeeld
‘de klimaatinvloed van één duracell-batterij’ kunnen praten.
Voorstel: we noemen dat dan maar meteen de ‘kli-maat’
waarbij het om het aantal dagen vol schone lucht gaat.
Een boom in je tuin: plus duizenden ‘klimaten’ of ‘klimaters’.
Nul komma nul ‘klimaat’ voor gesprekken met psychiaters.
Maar de productie en het transport van je bestelling bij AliExpress
komt uiteindelijk neer op zegge: min honderd-en-zes.

Zo’n maat kan wat mij betreft niet snel genoeg komen.
En geef mij maar geen cadeaus komend jaar: plant bomen.

Carpe diem

Toen ik lang geleden een boek schreef waar Engelen een hoofdrol in speelden, vroeg ik me af wat voor invloed hun onsterfelijkheid had op hun doen en laten. Waarin zouden ze het meest verschillen van mensen? Ten eerste was er ‘natuurlijk’ het feit dat Engelen aan God gehoorzamen, als soldaten bevelen van hun bevelhebber opvolgen en zo in tegenstelling tot al die stervelingen een heel duidelijke invulling van hun bestaan hebben. Door deze ‘onmogelijkheid’ om de vrije wil te volgen, in combinatie met hun oneindigheid, besefte ik dat het onwaarschijnlijk was dat ze hele sterke emoties hadden, maar de belangrijkste waar het aan zou ontbreken was ongetwijfeld: passie. Wij mensen kunnen ergens vol overgave voor gaan, wij moeten dat doen, want vroeg of laat is het daar te laat voor. Onze houdbaarheidsdatum is beperkt, maar bij de meesten van ons voor onbepaalde tijd.

Vandaar het ‘memento mori’, het ‘carpe diem’, het ‘seize the day’ het ‘live like there’s no tomorrow.’ We willen iets bereikt hebben in dit leven als we de pijp uitgaan: rijkdom, een bedrijf, kennisoverdracht, een verzameling aan wijsheid, medailles, een vermelding van je prestaties in het Guiness book of Records. Of iets achtergelaten hebben: herinneringen, kinderen, verhalen, liedjes. Zolang er iets van ons voortleeft, zijn we toch nog een beetje onsterfelijk geworden. We stellen onszelf doelen, we scheppen verwachtingen, we geven invulling en zin aan ons leven. Een dag die zichzelf heeft ingevuld, zonder dat je daar zelf aan hebt bijgedragen, is een weggegooide dag.

Dat heeft ook een schaduwkant: niet bereiken wat je wil, of jezelf géén doelen stellen, geen betekenis of zingeving toekennen aan de tijd die je doorbrengt, de oningevulde, lege dagen, weken, jaren soms misschien wel, die bezorgen ons een knagend schuldgevoel. Naar iets reiken en dan misgrijpen, dat kan deprimerend zijn. Zeker als je je daarop gaat focussen. Zelf overvalt me soms het gevoel van alle knuffels, strelingen, zoenen, vrijpartijen die ik nog in te halen heb als ik naar stelletjes om me heen kijk. Je daarop blind staren, kan je de gelukkige momenten uit het oog laten verliezen. Maar misschien kan ik er dan des te meer van genieten als ik wél weer een relatie heb; tellen en vergelijken heeft geen enkele zin, wekt alleen maar afgunst en jaloezie op. Een kort leven is niet per se meer of minder waard dan een lang leven; het gaat erom wat je ermee doet, hoe je ze beleeft, of je dagen nu geteld zijn of niet. Leven is geen spelletje met scores, en wie er het eerst de eindstreep haalt, heeft meestal niet gewonnen. Een competitie in geluk kent alleen maar verliezers. Wanneer is een leven nou eigenlijk werkelijk voltooid? 

Het plukken van de dag kan je natuurlijk heel letterlijk nemen: heel actief elke dag ten volste benutten, en dus alles aanpakken wat de dag je aanreikt, vol enthousiasme en passie. Zoveel mogelijk ervaringen verzamelen. Maar er zijn genoeg zaken die je niet binnen ’24 uur’ kan bereiken. De wereld kan je niet veranderen, daar kan je lang op wachten en misschien is het niet eens de moeite waard. Dan wordt de dag snel vol, met al die verplichtingen, en de Fear Of Missing Out wordt dan ook steeds groter, gestresst van alle activiteiten die je nog wil ondernemen. Je mist nu eenmaal meer dan je meemaakt, zei Martin Bril ooit al. Dan wordt het plukken van de dag een doel op zich: een dagtaak, waarbij je steeds het positieve zoekt en het negatieve zoveel mogelijk uit de weg gaat.. Is dat nog iets waar je dan een gelukkiger mens van wordt? Dan kun je beter ‘de week’ plukken, of ‘het leven’ zelf.

Maar de woorden van Horatius kun je ook figuurlijker benaderen: genieten, of misschien nog beter: de dag in handen nemen, de dag niet uit je vingers laten glippen. Jij bent de enige die jouw dag kan invullen. Zorg ervoor dat jij de dag in handen hebt, dat je niet wordt geleefd. Jij hebt macht over de dag, niet andersom. Dus niet afwachten, maar het initiatief nemen. En het besluit om iets NIET te doen, ligt ook in jouw handen, dat is ook het roer in handen nemen. Zo bekeken hoeft dat de ‘dag plukken’ ook niet altijd positief te zijn. Heel bewust je verdriet onder ogen zien, kan ook een vorm zijn van het plukken.

Hoe je de dag plukt? Plannen maken, maar openstaan voor het onverwachte. Genieten, ook als je zelf niet écht iets hebt bereikt, maar daar wél zelf voor gekozen hebt, genieten van saaie momenten, van hele kleine momenten, van je fouten. Uitstellen van wat ooit moet, maar ook wel morgen kan, en dan in plaats daarvan doen wat je wil, maar wat niet moet. Leven zonder schuldgevoel of spijt, zonder jaloezie of vergelijking. Hoe moeilijk dat soms ook is. 

Schakels

Als ik de vrachtwagen niet had willen ontwijken
was ik niet door glas heen gefietst
was ik niet naar mijn repetitie gelopen
had ik niet geprobeerd mijn band te plakken
had ik niet een derde gat ontdekt
had ik niet gevloekt omdat er geen plakkers meer waren

Als je wel had opgenomen
was ik niet naar de fietsenmaker gelopen
had ik mijn fiets daar niet achtergelaten
had ik ook geen vervangende fiets gekregen
was ik niet in de tram gestapt
was ik niet in de volgende tram gestapt
had ik niet op de bus gewacht
was ik niet de bus in gestapt
was ik allang thuis geweest

Als die man me tijdens het wachten niet had lastig gevallen
had ik niet nagedacht over waar ik strategisch kon gaan zitten
was ik niet naast de primark-tas gaan zitten
had ik niet rondgevraagd van wie die was
had ik er niet ingekeken
had ik het bonnetje niet bestudeerd
en had ik me niet afgevraagd waar deze
keten van gebeurtenissen nog meer toe leidt

en had ik nu iets heel anders geschreven

Doel

Zo’n verhaal verzin je niet,
zo grillig en zo zonder doel,
zulke losse scènes die nergens toe leiden
en in de vergetelheid verdwijnen,
omdat je andere plannen had.

Zo’n verhaal geloof je niet,
zo onsamenhangend en nodeloos rauw,
alsof je niet weet wat je uit wil leggen
en zelfs niet eens wil registreren,
omdat jij met je gedachten
en je koffie ergens anders zat.

Maarten

Je leven ligt op de vloer, voor het oprapen,
en in heel je rauw gebracht gedachtegoed
ligt een verteller op de loer die slecht kan slapen,
die zeker weet dat men hem niet redden moet.

Mooi zou je het vinden dat je hier met voeten wordt getreden
Ze walst over je teksten heen met kristalhelder respect
en nu jouw woorden en akkoorden klinken in dit heden
hoop ik dat er iemand is die jou opeens ontdekt.

Die opeens voelt wat jij écht bedoelde met verwelken
Die denkt: deze, die en deze; iedere, alle, elke.

Bouwplaat

Ik houd van details en resultaat,
dus als kind knutselde ik bouwplaten in elkaar;
in de weer met lijm, stanleymes en schaar
verrezen schepen en gebouwen in hun verkleinde staat.

Ik houd van cachet en chocola,
hoe het een over de tong rolt en het ander smelt.
Ik houd van elk verhaal dat je vertelt
en de zoenen die je geeft voordat ik ga.

En ik ben blij dat je geen bouwplaat bent,
dat ik je niet hoef te vormen of te verknippen,
dat ik je niet hoef te kerven langs wat stippen
en me zonder wat voor lijm dan ook eindeloos verwent.

Serenade

Zij studeerde Rechtsgeleerdheid
terwijl ze alles zelf linkshandig deed
maar dat gaf gelukkig geen problemen:
niet bij tentamens, niet bij de fitness,
niet bij het douchen en ook niet op date.

Zij had die avond gewerkt,
was daarna wat gaan drinken,
maar haar telefoon was uit, want: leeg.
Dus toen ze thuiskwam vond ze de man
die langer dan verwacht gewacht had
op de vrouw die die avond digitaal zo zweeg.

Hij studeerde Serenades,
maar toen hij gewapend met gitaar
uren geduldig in haar achtertuin stond,
bleek dat idee voor een vierde afspraakje
een heleboel, maar allerminst romantisch:
het regende inmiddels en ze woonde
zonder balkon op de begane grond.

Zij liet hem toch beschaamd binnen,
liet hem douchen en zette wat thee.
Hij droeg wat van haar droge kleren
en ze dronken, moeizaam kletsend,
tot hij plotseling zei: tabee!

Zij was niet beteuterd
en zag hem liever gaan:
ze hield bij nader inzien niet
van mannen die
onaangekondigd
in haar achtertuintje kwamen staan.

Hij wist inmiddels wat hij miste:
rechtsgeleerde linkshandigen
boden hem geen luisterend oor.
Hij klopte een verdieping hoger aan;
de betoverende bovenbuurvrouw
had dat oor immers wel gehad,
toen het nog droog was,
twee uur daarvoor.

Drukte

Stilte is soms drukte
daar diep in je eigenzinnigheid
waar chaos heerst en
teveel woorden tegelijkertijd
naar buiten willen.

Soms is het geen drukte
maar een expres negeren
of per ongeluk niet reageren;
voor de ander blijft het raden
waarom die stilzwijgende
belofte net niet lukte.

Stilte is soms zoeken naar
woorden die niet overbodig zijn
geluiden die niet gehoord werden
of het is de rust die de dag verjaagt
en even alle stress verlaagt.

Stilte is soms staren
naar mensen die verhalen vertellen
met hoe ze lopen, wat ze dragen
of naar trage wolken, ruisend groen
of in jouw ogen die zich nog beter
laten lezen dan je weke woorden,
omdat je blik meer durft te spreken.

Zelden is stilte zwijgen
of sprakeloos zijn
of dat er niks meer valt te zeggen;
een voorgoed opgeheven gesprek.

En ja, stilte is soms ongemak
of rekening houden met de ander
of gewoonweg goed fatsoen:
niet in elke stilte hoef je iets te doen.

Storm

Het nieuwe jaar stormt binnen en waait al het oude weg.
We beginnen met vliegende start of met de wind van voren.
Het verwart me deze dag dat niets mijn glimlach kan verstoren,
denk ik als ik mijn brood met avontuur beleg.

Sing us a song, you’re the pianoman…

Het is bijna half 10 op een zaterdag
vaste klanten zijn van de partij
En een kale man naast me kijkt smoorverliefd
eerst naar zijn tonic en gin,  dan naar mij.
Hij zegt: “Jij daar, breng mij mijn herinnering,
ik weet nog het stemde me blij.
Zowel droevig als zoet, oh ik kende het goed
toen ik nog zo jong was als jij.”De barman, Joel, is een oude vriend
geeft me drankjes zo, gratis, voor niets.
Alert en spontaan, maar hij wil daar niet staan
En ik vraag hem: “Joel, is er iets?”
Hij zegt: “Gast, volgens mij hou ik dit niet vol -”
een grimas verdringt even zijn lach –
“Ik ben liever een ster op het witte doek
dan met vaatdoeken hier elke dag.”

En Wouter is full-time politicus,
maar met weinig tijd voor zijn gezin.
Hij praat luidruchtig met Joost, ja ze roepen nu proost,
want ook op hem wacht een boze vriendin.
De serveerster bijt scherp van zich af als zij
door een man wordt geïntimideerd;
hij is echt ladderzat, heeft een kutdag gehad,
is het drinken nog lang niet verleerd.

Het is aardig druk voor een zaterdag
en de baas, die kijkt mij knikkend aan
Want hij weet dat ze smachtend op mij zitten wachten
om te vergeten dat ze bestaan.
En de muziek klinkt als een herinnering,
de melodie die zingt iedereen mee;
ik sta vol in de lichten en ik zing mijn gedichten
en ik ga nog wel door tot half twee.

La la la, di da da,
La la, di da da da dum.

Zing eens een lied, je bent muzikant;
jij schudt ze zo uit je mouw.
Neem ons mee op de tonen van jouw muziek
en doe het nu snel doe het gauw!